Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 3 november 2020

Sigrid Kaag is de ultieme anti-populist (Rosanne Hertzberger in NRC)

Sigrid Kaag, lijsttrekker van D66 bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 17 maart a.s. ‘is de ultieme anti-populist’, schrijft microbiologe Rosanne Hertzenberger in haar column in NRC op 3 oktober 2020, getiteld ‘Sigrid Kaag kijkt niet angstvallig achterom’.

‘Ze is de belichaming van Michelle Obama’s “When they go low, we go high”, aldus Hertzenberger over Kaag. ‘In al haar uitingen diplomatiek, beschaving ten top. En te midden van het nieuwe nationalisme, niveautje stroopwafel, blijft ze onverstoorbaar kosmopolitisch.’

Herztberger merkt op dat Kaag twittert over de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties: armoede de wereld uit, honger de wereld uit, elk kind schoon drinkwater, werkgelegenheid, goede zorg, sterke instituties voor iedereen. Een betere wereld voor iedereen. ‘Het maakt een bijna archaïsche indruk in een tijd van groeiend nationalisme,’ schrijft Herzberger. ‘Ik heb het dan niet alleen over de hernieuwde interesse van sommige politici voor sterke natiestaten, anti-immigratiesentimenten of de SP die van de euro af wil. Ik heb het ook over links-progressief Nederland dat zich steeds meer lijkt te bekommeren om de eigen identiteit, sekse, kleur, seksualiteit, of de eigen groep, stad, wijk en soms zelfs straat.’

‘Volg haar tijdslijnen en zie hoe ze zich te midden van een tweede [corona-]golf blijft bezighouden met onderwerpen als mensenhandel en de psychosociale zorg in het Midden-Oosten en Noord-Afrika,’ aldus Hertzberger, die opmerkt dat Kaag wordt verweten ‘niet volks te zijn, niet te weten wat er speelt, onderdeel te zijn van de elite.’ Maar, merkt ze op: ‘als diplomatie, beschaving en respect voor andersdenkenden elitair is, moet je het verwijt tot de elite te behoren niet zien als belediging maar als compliment.’

‘Een mogelijk premierschap van Sigrid Kaag draagt de belofte in zich dat de Nederlandse politiek niet per se verder hoeft af te zakken naar volkser taal en gewoontes. Geen ‘bek houden en oprotten’-premier, maar iemand aan het roer die zich er niet voor excuseert intellectueler, belezener, wereldser te zijn. Ik hoop dat Nederland een land is dat dat kan waarderen.’